Aquaplaning

Bij regen kan een band alleen dan krachten op het wegdek overbrengen, wanneer deze het water verplaatst en met het wegdek voldoende contact houdt. Hoe dieper de plassen op de weg en hoe sneller de auto rijdt, des te moeilijker wordt het voor de band om het water "op tijd" af te voeren. Een deel van het water springt opzij weg, het andere deel moet door de profielgroeven worden opgenomen en afgevoerd. De hoeveelheid water is aanzienlijk: bij 2 mm water op de weg en met een rijsnelheid van 120 km/uur is het gemiddeld ongeveer 10 liter water per seconde die met hoge druk door de profielgroeven moet worden afgevoerd. Hoe breder het contactvlak van een band is, hoe meer water er moet worden afgevoerd. Elke band heeft een rijsnelheid, vanaf welk punt het water onder het contactvlak van de band met het wegdek niet meer helemaal kan worden afgevoerd. De band begint dan op het water te drijven.(afbeelding 1) Tussen de band en het wegdek dringt dan een wig van water, die de band eerst gedeeltelijk, en bij verder toenemende snelheid helemaal van het wegdek optilt. In deze toestand kan de band geen krachten meer overbrengen; de auto is onbestuurbaar geworden en ook remmen is niet meer mogelijk.

De snelheid waarbij aquaplaning begint, hangt niet alleen af van de dikte van de waterfilm op het wegdek (op zijn snelst dus bij zware regenval), maar ook van de breedte van de band en vooral ook van de diepte van de profielgroeven. Hoe groot de invloed van de profieldiepte op de grip bij nat wegdek is en in welke mate door aanpassing van de snelheid aan de weggesteldheid de grip kan worden beinvloed, blijkt duidelijk uit afbeelding 2. De neiging tot aquaplaning is overigens een kwestie van vlaktedruk. Dat wil zeggen dat smalle banden op grond van hun verhoudingsgewijs kleine contactvlakken en daardoor grote vlaktedruk, minder snel de neiging tot aquaplaning zullen vertonen dan brede banden met grote contactvlakken en een kleine vlaktedruk. Gunstiger dan standaard- respectievelijk zomerbanden reageren winterbanden. Niet alleen op grond van de betere waterafvoer in de diepere en bredere profielgroeven, maar ook op grond van de kleinere effectieve contactvlakken (niet de profielgroven, maar alleen de rubberblokken hebben contact met de weg en vormen daarmee het effectieve contactvlak) en de daaruit resulterende grotere vlaktedruk (afbeelding 3). Daarbij hangt ook nog veel af van de bandenspanning; bij hoge spanning is het contactvlak kleiner, de vlaktedruk groter en dus de neiging tot aquaplaning minder.

DE WETTELIJKE MINIMUM PROFIELDIEPTE IS 1.6 MM

Voor uw veiligheid adviseren wij om uw banden bij 2.5 mm te vervangen.



Afbeelding 1
Deze afbeelding toont van links naar rechts de met stijgende snelheid toenemende neiging tot aquaplaning.


Afbeelding 2

Dit diagram toont hoe goed of slecht een band afhankelijk van de
snelheid en de profieldiepte grip op een nat wegdek heeft.


Afbeelding 3

Gedrag van een band en het profiel op een nat wegdek.



<<< terug naar overzicht alle onderwerpen

© Groenendijk Banden BV - Ridderkerk